Buit
Opbrengst van roof of louche zaken; vaak geld.
Engels: Loot, haul (often money)
‘De buit van zijn louche deals was hij net zo snel weer kwijt.’
He lost the money from his shady deals just as quickly.
Zelf bedacht voorbeeld
informeel
Gewoon Nederlands woord voor wat je buitmaakt; in straattaal vooral gebruikt voor geld.
Betekenis nog niet beoordeeld · 6 oktober 2026
Tekst: SpeakEasy
Betekenis nog niet beoordeeld
Versie 2 · 6 oktober 2026 (huidige versie) — Als gewoon Nederlands gemarkeerd: buit is opbrengst of roof, in straattaal vaak geld; besloten door Sinyo (steward), 6 oktober 2026.
Versie 1 · 30 september 2026