Bossen
Kapotmaken, slopen; ook: in elkaar slaan.
Engels: To break, wreck; to beat up
‘Pas op met die controller, straks ga je hem bossen.’
Careful with that controller, you're going to wreck it.
Zelf bedacht voorbeeld
straattaal
Betekenis nog niet beoordeeld · 30 september 2026
Tekst: SpeakEasy
Betekenis nog niet beoordeeld
Voorbeeld nog niet beoordeeld
Gebruik nog niet beoordeeld
Versie 1 · 30 september 2026