Straattaal woordenboek

B

Baap
Joint.
Baas
Baas; iemand die je bewondert.
Baggerz
Heel vet, gaaf.
Bajes
Gevangenis.
Baka
Klap op het achterhoofd of in de nek.
Bakaptaka
Grof voor doggystyle; seks van achteren.
Bakka
Grof voor billen, achterwerk.
Bakkie
Kopje koffie.
Bakra
Blanke, witte persoon.
Bakroe
Boze geest, spook.
Balanda
Nederlander.
Balen
Teleurgesteld zijn, de pest in hebben.
Balizie
Politie.
Ballen
Grof voor seks hebben.
Bana
Grof voor penis.
Bandz
Geld, vooral stapels bankbiljetten met een elastiekje erom.
Banga
Scheldwoord voor iemand die met veel mensen naar bed gaat.
Barfen
Grof voor overgeven.
Barkie
Honderd euro; een briefje van honderd.
Batjauw
Droog, uitgedroogd; gezegd van de huid.
Batra
Fles drank, vooral in de club.
Batra ams
Meiden die in de club gratis meedrinken van andermans fles en daarna verdwijnen.
Battie boy
Homofoob scheldwoord voor een homoseksuele man; ook voor een slappe man.
Beef
Ruzie, conflict.
Bempie
Auto van het merk BMW.
Beren
Iemand verraden bij de politie of bij anderen.
Beslama
Afscheidsgroet: dag, doei.
Bf
Beste vriend; ook: vriendje.
BFF
"Best friend forever": allerbeste vriend of vriendin.
Bigi
Groot; veel.
Bigi odi
Groet: hallo, gegroet.
Bijlen
Oplichten, bedriegen, afzetten.
Bikkel
Taaie doorzetter; iemand die niet opgeeft.
Billy
Het laatste stukje van een joint.
Bimre
Bijnaam voor de Bijlmer in Amsterdam-Zuidoost.
Bims
Bijnaam voor de Bijlmer in Amsterdam-Zuidoost.
Bin kas
Kom naar huis; naar huis gaan.
Bitta
Beledigend woord voor een vrouw of meisje; ongeveer "bitch".
Blaffer
Pistool, vuurwapen.
Blakka
Zwart; ook gezegd van een zwart persoon, wat beledigend kan zijn.
Blauw
Politie.
Bledder
Scheldwoord voor iemand die denkt dat hij wat is, maar niks voorstelt.
Blemmen
Verraden, verlinken.
Bling
Sieraden, vooral opvallende en dure.
Blunt
Met wiet gevulde sigaar; joint in een tabaksblad.
Boeken
Hard rijden; er snel vandoor gaan.
Boeler
Homofoob scheldwoord voor een homoseksuele man.
Boeng
Broer, gast.
Boizan
Scheldwoord voor een nul, een mislukkeling.
Bokoe
Beledigend woord voor een Afrikaan.
Bomboclat
Grof voor verdomme; uitroep van schrik, verbazing of nadruk.
Bon jou
Grof voor "fuck jou"; om iemand te beledigen of af te schepen.
Bori
Koken; ook: crack, gekookte cocaïne.
Borie
Cocaïne.
Bossen
Kapotmaken, slopen; ook: in elkaar slaan.
Bossie
Zoenen; ook: een kus.
Bounty
Beledigend woord voor een zwarte persoon die zich "wit" zou gedragen.
Brada
Broer; ook een goede vriend, vaak als aanspreekvorm.
Brakka
Broek.
Brasa
Knuffel, omhelzing.
Bread
Geld.
Breti
Blij.
Brikka
Aansteker.
Broeders
Broers; goede vrienden.
Broeia
In de war, verward.
Brokko
Stukgaan van het lachen, dubbel liggen.
Broko
Blut, zonder geld.
Bruya
Hoofdpijn, stress, gedoe; iets moeilijks.
Buds
Wiet; de toppen van de cannabisplant.
Buma
Cocaïne; soms ook geld.
Bumpers
Grof voor borsten.
Bunda
Grof voor billen, achterwerk.
Bung
Goed.

S

Saab
Je baas of leidinggevende; baas achterstevoren.
Saaf
Geld.
Safi
Klaar, genoeg; ook om te vragen of iets begrepen is.
Sah
Waar, klopt; als vraag ook: echt waar?
Sahbi
Vriend, maat.
Sanka
Grof voor billen, achterwerk.
Sannie
Ding, dinges.
Sanny
Cocaïne.
Sbe3
Leeuw.
Scannen
Goed bekijken, iemand of iets keurend opnemen.
Schetsen
Oplichten, bedriegen.
Scheuren
Heel hard rijden; ook: met geld smijten.
Scoobie
Scooter.
Scotoe
Politie.
Scott
Negeren, links laten liggen.
Sel3a
Waar, meestal drugs om te verkopen; de voorraad.
Shank
Mes, vooral als wapen.
Shawty
Meisje; ook: schatje, als koosnaam.
Shinna
Uiterlijk vertoon, status; de indruk die je maakt.
Shmetta
Scheldwoord voor een bedrieger, oplichter.
Shoeba's
Schoenen.
Shordy
Schatje; koosnaam, vooral voor iemand op wie je valt.
Shotgun
Roep waarmee je de voorstoel naast de bestuurder claimt.
Sigma
Zelfstandige, succesvolle man die zijn eigen gang gaat, buiten de sociale rangorde.
Siktir lan
Grof voor "flikker op"; om iemand weg te sturen.
Simp
Iemand die overdreven zijn best doet voor iemand die hij leuk vindt.
Situ
Situatie; ook hoe het tussen twee mensen zit.
Sjacheren
Handelen, vaak op een slinkse manier.
Skaffa
Stoned, high van wiet.
Skeer
Blut; (bijna) geen geld hebben.
Skiemen
Plannen smeden, iets bekokstoven.
Skin
Niks, niets.
Skippen
Weggaan; iets overslaan.
Skir
Goedkoop, van slechte kwaliteit.
Skitta
Schijt; "ik heb skitta" is "het kan me niet schelen".
Skoro
School.
Slangen
Drugs verkopen, dealen.
Slay
Uitblinken, indruk maken.
Slime
Vriend, maat.
Sloerie
Scheldwoord voor een vrouw die met veel mannen naar bed gaat; slet.
Sma
Meisje, vrouw.
Smib
Bijnaam voor de Bijlmer.
Smurf
Politieagent; ook een klein persoon.
Snabba
Snus; tabak die je onder je lip legt.
Snap
Snapchat.
Snitch
Scheldwoord voor een verklikker; iemand die anderen verraadt.
Snoei
Heel erg, ontzettend.
Snow bunny
Kleinerend woord voor een witte vrouw die vooral met zwarte mannen date; racistisch geladen.
Snuifduif
Iemand die vaak cocaïne snuift.
Soob
Boos of kwaad; boos achterstevoren.
Soppie
Drankje, vaak met alcohol.
Sos
Cocaïne.
Sosa
Cocaïne.
Spacen
Wegdromen, afwezig zijn; ook uit je dak gaan.
Spang
Lekker, sexy, cool; vooral over mensen en hun stijl.
Spenden
Geld uitgeven.
Spijker
Gierigaard, krent.
Spikrie
Bijnaam voor Spijkenisse.
Spipah
Scheldwoord voor een watje, slappeling of lafaard.
Spitta
Geldezel; iemand die met gestolen of geleende bankpassen geld opneemt.
Spliff
Joint; sigaret met wiet of hasj.
Sranangman
Surinamer.
Stacks
Stapels geld; veel geld.
Stav
Vastzitten, vooral in de cel; vast met de klanken omgedraaid.
Stew
Bijnaam voor Amsterdam-West.
Stibba
Grof voor een erectie.
Strijder
Doorzetter, harde werker.
Sub
De bus; bus achterstevoren.
Swag
Stijl en zelfverzekerde uitstraling.
Swipen
Stelen, jatten.