Dijpen

Trippen, overdrijven, onzin praten; ook: afhaken.
Engels: Tripping (overreacting, talking nonsense); flaking
‘Je bent weer aan het dijpen, alles komt goed.’
You're tripping again, everything will be fine.
Zelf bedacht voorbeeld
straattaal
Zie ook: trippen · overdrijven · afhaken
Betekenis nog niet beoordeeld · 30 september 2026
Tekst: SpeakEasy
Betekenis nog niet beoordeeld
Voorbeeld nog niet beoordeeld
Gebruik nog niet beoordeeld
Versie 1 · 30 september 2026